.
 Donald van Doesburg Oosterbaan         06 - 51 23 09 02           Donald@Faya-WebDesign.nl

                                                                
Blurps

.
OPERETTE

Operette, een luchtiger versie van de opera waarbij zangnummers en gesproken teksten elkaar afwisselen. Operette is ontstaan in de loop van de 19e eeuw en was  van oorsprong een vorm van satire, waarbij de heersende macht en moraal op de hak werd genomen. Adel en machthebbers bleken over net zo veel zwakheden en opportunisme te beschikken als het gewone volk, misschien nog wel meer, zo was de boodschap. Bekende operette's zijn: Der Vogelhandler, Die Fledermaus, La Vie Parisienne, Die Csardasfurstin¸ Eine Nacht in Venedig, The Gondoliers, Der Zigeunerbaron, Die lustige Witwe en Grafin Mariza.

Operette: [It. kleine opera], vrolijk muzikaal toneelwerk. In de operette wisselen zangnummers en gesproken teksten elkaar af. Aan de ontwikkeling van deze muziekvorm heeft vooral Jacques Offenbach bijgedragen.

Over operette: In de loop van de 20e eeuw is de operette enigszins verworden tot een wat plat volksvermaak: de wereld van de valse snorren en nog valsere decolletés. Ten onrechte, ontstaan in de loop van de 19e eeuw was de operette van oorsprong een vorm van satire, waarbij de heersende macht en moraal op de hak werd genomen. Adel en machthebbers bleken over net zo veel zwakheden en opportunisme te beschikken als het gewone volk, misschien nog wel meer, zo was de boodschap. Met het verlies van de maatschappelijk en sociale context verloren m.n. de Weense 19e eeuwse operettes haar scherpte en humor. Niettemin leverde de operette geweldig theater op, getuige bijv. Die Fledermaus van Srauss jr. en La Vie Parisienne van Offenbach.

Een operette (letterlijk 'kleine opera') is een meestal vrolijke vorm van muziektheater waarbij een verhaal gezongen en met instrumentale begeleiding wordt uitgebeeld. Waar een operette doorgaans gebaseerd is op klassieke muziek gebruikt een musical modernere muziek. De operette is een luchtiger, soms satirische versie van de opera, waarbij de teksten tussen de zangnummers gesproken werden. De melodieën in de operette liggen wat gemakkelijker in het gehoor.  In de romantische opera bereikt het bel-canto (‘mooi’ zingen met beheersing van timbre en ademhaling) met versieringen vooral in de hoge registers van de stem) haar hoogtepunt. Verschillende kunsten werken samen: literatuur, muziek, toneel, dans, architectuur en schilderkunst, maar muziek en vooral de zang is in de meeste uitvoeringen het belangrijkst.

Operette, zangspel dat in tegenstelling tot de meeste opera's een lichte inhoud heeft en doorgaans dan ook een goede afloop kent. De operette bestaat uit een luchtig verhaal (het libretto), dat deels gesproken en deels gezongen wordt in solo's, duetten, koorzang etc., met begeleiding van orkestmuziek. De operette heeft zich ontwikkeld uit de opera buffa, de opéra comique en de vaudeville.

J. Offenbach wordt gezien als de eerste belangrijke operettecomponist met Pépito (1853), Orphée aux enfers (1854) en La belle Hélène (1864) waarin hij de wals, de galop en de cancan verwerkte en tevens de opera parodieerde. Met name de Weense operette heeft een grote faam met componisten als Frans von Suppé (Boccacio, 1879), Johan Strauss (Die Fledermaus, 1874) en Oscar Strauss (Ein Walzertraum, 1907). Beroemde andere operettecomponisten zijn Emmerich Kàlman (Die Czardasfürstin, 1915) en Frans Lehar (Das Land des Lächelns, 1930). In Amerika ontwikkelde zich uit de operette de musical met als overgangsfiguur S. Romberg met The desert song (1926).

In Nederland ontstond aan het begin van deze eeuw een opvoeringstraditie (o.m. onder leiding van de Bouwmeesters), maar een belangrijke operetteproductie hebben wij niet gekend, terwijl er na de Tweede Wereldoorlog wel een musicaltraditie ontstond. Toch werden er wel enkele Nederlandstalige operettes geschreven, zoals Sepp'l (1926) van Emiel Hullebroeck en Marijke (1942) van Jan Vogel (muziek) en Anton Beuving (tekst).

Evenals de musical is de operette een directe opvolger van het zangspel. Sommigen ( K. ter Laan) noemen de ‘singhende klucht’ Melis Tyssen van J.Jz. Starter een operette. Het genre heeft in de Nederlandstalige situatie ook producties opgeleverd die bedoeld zijn voor opvoering voor kinderen, zoals het in de jaren ‘30 geschreven ‘kinderzangspel’ Zigeunerleven van A.J. van der Knaap met muziek van Anton Th. Vis, dat veel op scholen werd uitgevoerd.

Operette. Het doel van veel kunst wordt het genot ervan zo gemakkelijk en aangenaam mogelijk te maken. Niet meer het moeilijke, het ingewikkelde, maar het prettige, het ontspannende. Kunst als "ontspanning", waarbij het publiek bewust en met opzet afdaalt beneden het eigen geestelijk peil. Dat is de uitvinding van de tweede helft van de 19-de eeuw.
De operette is niet volledig nieuw: het is een voortzetting van twee andere genres: de opera buffa (= komische opera), en de vaudeville(een toneelstukje met vrolijke of komische liedjes). De operette is dus een speelse vorm, vrolijk, waarin de dialoog gesproken wordt en waarin zang en dans het belangrijkste zijn. Het is bedoeld voor de brede massa en toch artistiek (vaak) waardevol. Het verhaal in de operette is meestal onwaarschijnlijk, sprookjesachtig.
Het publiek bestond meestal vooral uit de hogere standen. Er was vaak een verborgen kritiek in het verhaal: op de corrupte regering en de verdorven samenleving. Maar het was allemaal goedaardig. De kunstenaars werden geëerd, hadden er voordelen bij en vonden het allemaal best.
Na de roman, het drama en de grafische kunst, kwam er in de operette ook de actualiteit. De schandalen van de voorname kringen kwamen er in voor. Tijdens de wereldtentoonstelling van 1855 en 1867 in Parijs kwam de operette in Frankrijk tot grote bloei en navolging. In Wenen bleef de operette de populairste vorm van de sentimentele idealisering van het verleden.

In Frankrijk was Offenbach een van de eerste operettecomponisten. De can-can is een dans die populair was. Hij nam hem op in een van zijn operettes. Overigens is de can-can ook vaak afgebeeld door Toulouse-Lautrec en Seurat. Vooral Johann Strauss jr. had veel succes met zijn operettes.

Operette en publiek:
de operette trekt veel publiek:
de inhoud is gemakkelijk, duidelijk en vaak vermakelijk
er zijn geen psychologische problemen
er is geen symboliek
er is een happy end
sentimenteel
de finale is vaak een gelukkige bruiloft

Operette bestaat overwegend uit dansmuziek, die in de tijd dat operette ontstond populair was. In de begintijd waren dat voornamelijk de Centraal-europese dansen zoals de cancan, wals, polka, mars en czardas. Later kwamen daar Latijns-Amerikaanse invloeden bij met onder meer de tango. Ook Noord-Amerikaanse dansen kregen een rol, waaronder de charlston en de foxtrot. Niet voor niets wordt operette daarom vaak geassocieerd met zwierende rokken en vrolijk feestgedruis.

Operette kent een veelzijdigheid aan elementen, waaronder zang, dans, cabaret, revue en komedie. Kenmerkend zijn het toegankelijke plot en de duidelijke rolfiguren waarmee publiek van alle leeftijden zich kan identificeren. Dit alles binnen een stijlvorm die de allerhoogste eisen stelt aan klassiek geschoolde zangers en instrumentalisten.

Hoe het begon: Jacques Offenbach. De operette is in het begin van de 18e eeuw in Frankrijk ontwikkeld vanuit de opéra-comique en de vaudeville-komedie, een kort toneelstuk met vrolijke of komische liedjes. In die tijd was het gezongen drama in feite het monopolie van de grote opera. Om dat monopolie niet aan te tasten, mochten er in de komedies niet teveel muziekstukken voorkomen. Dit gaf aanleiding tot de ontwikkeling van humoristisch-satirische parodieën op de opera. Daniel F.E. Auber en Hervé (pseudoniem voor Florimond Ronger) hebben de eerste schreden op dit pad gezet. Maar het was Jacques Offenbach die het genre een meer uitgewerkte vorm gaf. Onder de noemer 'opérette' bracht hij diverse werken uit waaronder Pépito (1853), Orphée aux enfers (1854) en La belle Hélène (1864). In deze stukken verwerkte hij dansen als de wals, galop en cancan. Offenbach zette zich af tegen de gangbare moraal, tot vermaak van zowel bugers als adel. Hij parodieerde de grote opera's en schuwde het ook niet om Olympische goden of zelfs het Franse Keizerrijk tot middelpunt van satire te maken.

De ontwikkeling van operette als genre. Het woord operette is in feite het Italiaanse verkleinwoord van opera. Offenbach is niet de uitvinder van deze term, want al eerder in de geschiedenis werden zangspelen zo aangeduid. Het is echter wel aan Offenbach te danken dat operette erkenning kreeg als een eigen genre. Hij begon in piepkleine Parijse theatertjes en verwierf geleidelijk aan meer faam. Door de vele buitenlandse tournées die Offenbach maakte, kreeg de Franse operette internationale bekendheid. In Wenen inspireerde hij onder meer Franz von Suppé en Johann Strauss jr. om zijn voorbeeld te volgen. De op de wals gebaseerde shows van Strauss waren zachter van toon dan de satire van Offenbach. In Wenen werd de Keizer op handen gedragen, dus van enige maatschappelijke kritiek was men niet gediend. Het ging de burgerij van Wenen goed en liever verlangde men naar onderhoudende theatervoorstellingen, met aristokratische accenten. De operette beleefde vanaf 1870 in Wenen een gouden tijd. Het weergaloze succes vond rond 1900 navolging in het werk van de Hongaarse Franz Léhar, die de Weense versie van het genre tot een hoogtepunt bracht. Van hem wordt wel gezegd dat hij de 'Puccini van de operette' is, omdat hij de operette uit de inmiddels routinematige sleur haalde met temperament, prikkelende ritmes en meer sentimentaliteit.

Verdere groei: van Berlijn tot Amerika. Had in de Parijse operette de can-can een bijzondere plek ingenomen en in Wenen de wals, zo kreeg in  Berlijn de mars een voorname betekenis. De samenvoeging van militaire muziek en het volkse Berlijnse theater was bepalend voor de ontwikkeling van de Berlijnse operette. In 1899 componeerde Paul Lincke de operette 'Frau Luna', gebaseerd op de ontwikkeling van de eerste vliegmachine. Aan de ene kant sprak deze technische vooruitgang de Berlijners tot de verbeelding: wie weet zou men ooit naar de maan kunnen vliegen. Aan de andere kant was men bang dat dit zou leiden tot een complete ondergang van de wereld. Deze emoties kregen gestalte in de marsmuziek.

Ondertussen had Offenbach in de eindjaren van de 18e eeuw ook invloed op de Engelse librettist William S. Gilbert en componist Arthur Sullivan. Met hun operette 'The Mikado' (1885) boekte het duo wereldsuccessen. Samen met Offenbach trokken de heren naar Amerika, waar herinterpretaties van hun muziek door Europese emigranten werden verzorgd. Begin 20e eeuw kende Amerika een aantal operettecomponisten, van wie ook werk in Europa werd uitgevoerd. Al gauw maakte de operette in Amerika echter plaats voor de musical comedy.

In Europa kwam vlak voor de Tweede Wereldoorlog een einde aan de glorietijd van de operette. Nadien zijn weinig nieuwe werken gecomponeerd. Van de minstens 1000 operettes die in de loop der tijd zijn gecomponeerd, worden er tegenwoordig nog minder dan 100 uitgevoerd.


Operette in Nederland. Een belangrijke operetteproductie heeft Nederland niet gekend, alhoewel er na de Tweede Wereldoorlog wel een musicaltraditie in ons land ontstond. Er zijn enkele Nederlandstalige operettes geschreven, waaronder Sepp'l (1926) van Emiel Hullebroeck en Marijke (1942) van Jan Vogel (muziek) en Anton Beuving (tekst).

Vanaf het begin van de 19e eeuw heeft Nederland een traditie opgebouwd in het ten tonele brengen van operettes. Nu, aan het begin van de 21e eeuw, worden operettes in Nederland echter mondjesmaat uitgevoerd. Het betreft producties van professionele nationale operagezelschappen, amateurgezelschappen, eenmalige kleinschalige initiatieven of importproducties vanuit met name Oost-Europa. Het geboden programma behelst een zeer mager deel van het totale repertoire en valt gewoonlijk binnen het genre 'Weense operette'.

Diverse vormen en stijlen van het operettegenre:
Weense en Berlijnse operettes,
Franse opérettes en opéras comiques, opéras bouffes en zarzuela's,
Engelse operettas en Amerikaanse musical comedies.


.
MUSICAL

Musical: modern, veelal Engelstalig (musical comedy) en doorgaans met het muzikale karakter van popmuziek.
Het is een doorlopend theaterstuk waarin toneelspel, zang, muziek en dans worden gecombineerd.

Een musical is een doorlopend theaterstuk waarin toneelspel, zang, muziek en dans worden gecombineerd. De eerste musicals werden aan het einde van de negentiende eeuw in New York geproduceerd. Het genre kwam voort uit de vaudeville- en revue-traditie, met als belangrijkste verschil dat musicals een doorlopend verhaal kenden. Daarmee was de musical eveneens verwant aan opera en operette.

De scheidslijn tussen musical en verwante genres is niet eenduidig. Er zijn dan ook verschillende producties die als 'de eerste musical in de geschiedenis' worden beschouwd. The Black Crook uit 1866 wordt vaak genoemd maar velen beschouwen pas het veel grootschaligere Show Boat (1927) als zodanig. Ook over de vraag of Porgy and Bess nu een musical of een opera is, is niet iedereen het eens. Kennelijk roept het woord musical vooral associaties op met begin-twintigste-eeuwse groteske Amerikaanse showmuziek. Bij musical-achtige producties die afstand van die geijkte traditie nemen, duiken in Amerika al snel termen als rock opera, revue of cabaret op. Broadway in New York en, vanaf de jaren 1960, het West End in London, staan internationaal bekend als de toonaangevende plaatsen op musicalgebied.

In Nederland werden de eerste musicals in de jaren 1950 uit Amerika geïmporteerd (Porgy and Bess (1957); Free and Easy (1959)). In de jaren zestig kwamen met My Fair Lady en Anatevka de eerste Nederlandse producties op de planken. Annie M.G. Schmidt en Harry Bannink schreven de eerste originele Nederlandstalige musicals, zoals Heerlijk duurt het langst (1965) en En nu naar bed (1971).

In de jaren tachtig begon Joop van den Ende grootschalige musicals naar Amerikaans voorbeeld te produceren (Cats (1988); les Miserables). Hij opende musicaltheaters in Scheveningen (Circustheater) en Utrecht (Beatrixtheater), waar net als in Amerika, poducties net zo lang kunnen blijven draaien als het publiek er belangstelling voor heeft (open end producties). Ook staat de opening van een vergelijkbaar theater nabij de RAI in Amsterdam op stapel.


.
OPERA

Opera: een vorm van muziektheater waarbij een overwegend gezongen toneelstuk met orkestbegeleiding wordt uitgebeeld. Belangrijke operacomponisten waren o.a. Mozart, Rossini, Donizetti, Verdi, Wagner, Richard Strauss, Puccini en Janácek.

Opera is een vorm van muziektheater, (taalkundig het meervoud van opus) waarbij een overwegend gezongen toneelstuk, in dichtmaten met orkestbegeleiding, wordt uitgebeeld.  Opera's behandelen in tegenstelling tot operette en musical vaak tragische tot zeer tragische thema's, soms voor een modern publiek op het lachwekkende af. Er bestaan echter ook komische opera's. In een opera wordt meestal alle tekst op muziek gezet.

De eerste opera in de moderne zin was Orfeo van Monteverdi uit 1607. Belangrijke latere operacomponisten waren o.a. Mozart, Rossini, Donizetti, Verdi, Wagner, Richard Strauss, Puccini en Janácek.

Opera-genres
Grand'opéra -groots opgezet, met veel heroiek en nadruk op costumering, decor en enscenering
Opera buffa - Italiaanse, lichtere operavorm, met eigentijdse thematiek. Voorbeeld: Rossini's De Barbier van Sevilla.
Opéra-comique - 18e eeuwse Franse operavorm. In de 19e eeuw: gesproken dialoogvorm (geen recitatieven)
Opera seria - Italiaanse operavorm met ernstig karakter, heroïsche of mythologische thema's. Aria's verbonden door recitatieven. Libretto's in het Italiaans. Voorbeeld: Verdi's Rigoletto.
Muziekdrama - Dramatische, groots aangezette opera's, 'Wagneriaans'. Voorbeeld: Wagner's Tristan und Isolde.
Kamer-opera - Kleinschalige operavorm, voor klein orkest en slechts een klein aantal zangers
Ballet-opera - Franse combinatie van opera en ballet, met name 17e en 18e eeuwse composities.
Ballade-opera - 'Meezing-opera', gemaakt op populaire melodieën, verbonden door gesproken teksten en dialogen. Voorbeeld: Brecht's Dreigroschenoper.
Operette ('kleine opera') - is altijd vrolijk, muzikaal wat eenvoudiger, en meestal voor of rond de vorige eeuwwisseling geschreven. Voorbeeld: Die lustige Witwe.

Opera's behandelen in tegenstelling tot operette en musical vaak tragische tot zeer tragische thema's, soms voor een modern publiek op het lachwekkende af (Verdi, Donizetti). Er bestaan echter ook komische opera's (Mozart, Rossini). In een opera wordt meestal, maar niet altijd (die Zauberflöte) alle tekst op muziek gezet. Bij opera worden de liederen aria's genoemd en in musicals songs). Tussen de aria's in wordt er recitatief gebruikt. In de andere vormen wordt de tekst tussen de liedjes op normale toon gesproken (in de oorspronkelijke versie van Carmen bijvoorbeeld).

Opera. Term uit de muzikale en literaire genreleer voor een (hoofdzakelijk) gezongen toneelstuk met muzikale begeleiding, gebaseerd op een bestaand of een speciaal daarvoor geschreven libretto. De inhoud is gewoonlijk van ernstige aard (opera seria), maar soms ook luchtig en kluchtig (opera buffa; operette).
De eerste opera-uitvoering in Nederland, die van Isis van Jean-Baptiste Lully, vond plaats in 1677 bij de heropening van de Schouwburg. Vondels Faëton werd in een bewerking van Govert Bidloo ‘met balletten en musijck’ opgevoerd in 1685, maar op enkele incidentele opvoeringen van dit stuk in de 18e eeuw na kwamen er geen opera's op de planken. Bidloo is ook de auteur van de Opera op de zinspreuk ‘Zonder spys en wyn kan geen liefde zyn’ (1686).
Belangrijk is de oprichting van de Wagnervereniging (1883) en de sinds 1886 ondernomen actie van de Hollandsche Opera ten gunste van de Nederlandstalige opera onder de stimulerende leiding van J.G. de Groot. Van de oorspronkelijke Nederlandse opera's uit de 20e eeuw verdienen o.a. vermelding Willem Pijpers Halewijn (1933) op tekst van M. Nijhoff, Philomela (1934) van H. Andriessen op tekst van J. Engelman, Reconstructie (1969) van H. Claus, H. Mulisch en P. Schat, Naïma (1985) van Th. Loevendie en Ithaka (1986) van K. Hin en O. Ketting.

In tegenstelling tot het oratorium wordt de opera altijd scenisch opgevoerd. In dat opzicht is de opera verwant aan het zangspel.


.
MUZIEKTHEATER

Amateurgezelschappen (meestal verenigingen of stichtingen) die zich bezighouden met muziektheater ( operette - opera - musical ).
Theater is een kunstvorm waarin live op een podium, ten overstaan van publiek, toneelspelers een verhaal brengen, met een combinatie van dia- en monologen, zang, dans, muziek en non-verbale, lichamelijke uitdrukking.

Afhankelijk van welke van deze elementen de overhand hebben, onderscheidt men diverse vormen van theater.

Opera en operette zijn een vorm waarin muziek de overhand heeft en de spelers hun woorden op kenmerkende, tot de klassieke muziek behorende wijze zingen; daarbij ondersteund door een klassiek orkest.

Bij musical brengt men de vertelling zingende, maar nu op een manier die tot de popmuziek gerekend kan; en ondersteund wordt door live vertolkte popmuziek. Dans en gesproken woord spelen er ook een rol bij.

Een amateur (letterlijk: liefhebber) is iemand die een bepaalde vaardigheid op niet-professionele en niet-commerciële basis uitoefent.

.
Blurps